“Enkele dagen geleden kwam ik terug van een pelgrimage in Baromari. Dat ligt ongeveer 3 uur van Mymensingh verwijderd.

Ongeveer 300 mensen (Christenen, Moslims en Hindoes) beleefden samen 4 inspirerende, interreligieuze en vreugdevolle dagen. We deden samen spelletjes, we zongen, we deelden de maaltijden en hadden gesprekken. En het meeste genoten we nog van het samen zijn. Ik  voelde mij gelukkig en bevoorrecht dat ik hier bij mocht zijn.

 

De deelnemers aan deze pelgrimage kwamen uit verschillende gebieden van Noord Bangladesh. Vanuit Mymensingh waren we er met de hele Ark-gemeenschap, ongeveer 40 mensen. Verder nog ouders met kinderen vanuit verschillende dorpen en jonge mensen die betrokken zijn bij of regelmatig deelnemen aan projecten van de Taizé broeders.

 

Naar deze pelgrimages komen groepen, organisaties, individuele mensen en families omdat ze allemaal iets gemeenschappelijks hebben: een handicap, hetzij geestelijk of lichamelijk, lichter of zwaarder. Hier komen ze allemaal samen en ze zijn deelgenoten van elkaar, er zijn geen muren om zich achter te verstoppen en ze weten dat ze er op basis van gelijkheid zijn; dit geeft een open atmosfeer. Dit is een plaats voor de mensen om door te gaan met het zoeken naar een innerlijke pelgrimage en daarbij zowel uitgedaagd als gesteund te worden.

 

Vrijdags verzamelden we ons al vroeg in de morgen voor de “ weg van het kruis”. De lucht was grijs en het motregende een tijdje; op de een of andere manier voelde het alsof de jungle verdrietig was en probeerde om onze droefheid te evenaren. We liepen zo’n 2 uur langzaam van de ene statie naar de andere. Van de ene statie naar de andere droeg telkens een andere deelnemer de last van een groot houten kruis op zijn of haar schouder en bij elke statie werd een tekst gelezen. Voor mij, als “gezond” mens, was het ontroerend om deze mensen het kruis te zien dragen tijdens deze tocht, de heuvels op en af. De dragers waren onder andere een man met een verschrompelde voet en een wandelstok, een vrouw in een rolstoel omdat ze misvormde benen heeft, een man met een verlamd been en een moeder met een al iets ouder verstandelijk gehandicapt kind dat op haar rug gebonden was. Op sommige plaatsen waren er trappen wat het voor de mensen die konden lopen gemakkelijker maakte. Echter niet voor de mensen in een rolstoel. Veel van deze deelnemers moesten veel moeite doen om de heuvels op en af te komen. Voor elke rolstoelgebruiker waren er vier helpers die om beurten hielpen dragen. Deze mensen hebben geleden. Ze lijden nog steeds. Anders dan ik me ooit kan voorstellen. Te zien hoe zij hun geloof beleven, opent delen van mij die ik nooit tevoren opmerkte.

 

Zaterdags verwelkomde onze groep van Christelijke pelgrims ongeveer 50 Moslim en Hindoe gehandicapten uit de buurt, die de dag met ons kwamen meemaken. Het zaterdagmorgen programma had een erg ontroerend onderdeel, dat ik graag met u wil delen.

Net voor het middaggebed, na een korte inleiding, wasten we elkaars voeten. We zaten in grote kringen en de schaal met water en zeep ging rond. Ik waste de voeten van een jonge vrouw, Nopali, met wie ik sinds mijn aankomst in Mymensingh samenwoon. Nopali is 23 jaar en heeft bijna haar hele leven in een rolstoel gezeten. Haar beide benen zijn verlamd als gevolg van een ziekte die ze als kind kreeg. Al vaak heb ik me verbaasd over de manier waarop ze de dagelijkse dingen in haar leven doet. Haar leven is moeilijk en ze heeft veel meegemaakt, maar wat ik vooral zie als ik naar haar kijk, is haar dankbaarheid. Ik was degene die haar voeten waste en voelde me heel vereerd. En daarna was ze niet verlegen, zoals voor die tijd; er was een nieuwe verbondenheid tussen ons. Ze wist op de een of andere manier dat ik haar accepteerde zoals ze was. Zo’n eenvoudig gebaar, maar zo belangrijk voor het gevoel van eenheid.

 

Gedurende de voetwassingceremonie zongen we onder andere het lied “El Senyor” (In the Lord), een Taizé lied. Het is het “Hoofdlied” voor de verschillende pelgrimages gedurende dit jaar, vertaald in het Bengaals. Het wordt tijdens elke pelgrimage geleerd en ook tijdens andere vergelijkbare gebeurtenissen.

“Het is de juiste tijd om de Heer te loven”

 

Tijdens de spelletjes op een van de middagen zongen we liederen met alle kinderen in een grote groep. Het lied wat geleerd werd heet “Het is de juiste tijd om de Heer te loven” en vlak voor onze laatste oefening begon het te plenzen. De lucht opende zich compleet en we renden allemaal, zo hard we konden, naar een grote tent vlakbij. Lachend, naar adem snakkend, wachtten we tot de onweersbui voorbij was en we weer terug konden naar het hoofdveld om thee te drinken.

 

De laatste avond hadden een prachtige licht -ceremonie. Na een gebed in de buitenlucht, waarbij we Moslim, Hindoe en Christelijke liederen zongen, kreeg elk van ons een kaars en liepen we in optocht naar de kerk. Het was een ontroerende ervaring.

 

Het waren enkele erg mooie dagen, en ze gaven me een nieuwe kijk op het Paas-Evangelie.

 

Midden in de jungle in het noorden van Bangladesh kwam het Evangelie eenvoudigweg tot leven.

 

( vertaling: Marchien van het Hof)